Eindhoven zet vaart achter medische robotica

Als een regenbui begint met één druppel water en vervolgens elke seconde exponentieel toeneemt. Binnen hoeveel seconden zal de Johan Cruijff Arena dan onder water staan? Die vraag wierp Maarten Steinbuch op tijdens een lezing over medische robotica, tijdens XL Day in het Evoluon. De hele dag pitchen startups, spreken investeerders en delen experts hun inzichten. Steinbuch, hoogleraar aan de TU/e, is gevraagd om over robots te spreken. Maar eerst wil hij zijn publiek laten ervaren wat exponentiële groei daadwerkelijk is.

Het antwoord is 47 seconden. Bij een exponentiële regenbui staat de Johan Cruijff Arena binnen een minuut vol water. Gegniffel in de zaal. De een dacht meer aan twintig minuten, de ander had nog boud “twee minuten” geroepen. Wat stiller wordt het als Steinbuch vervolgens voorrekent hoe dat dan precies eruit ziet. Een verdubbeling van elke druppel betekent dat de Arena bij 46 seconden pas half vol is. Exponentiële groei blijkt lastig te bevatten voor het menselijke brein.

Het epicentrum van de wet van Moore
Maar het is wel een essentieel gegeven voor iedereen die met hightech innovatie bezig is. In dit verband ook onmisbaar is de wet van Moore, die voorschrijft dat het aantal transistors in een geïntegreerde schakeling (een chip) elke twee jaar verdubbelt door technologische vooruitgang.

Het epicentrum van de wet van Moore bevindt zich niet in Silicon Valley, maar in Eindhoven. Of eigenlijk ook niet in Eindhoven, maar in het naastgelegen plaatsje Veldhoven. Met de chipmachines die ASML hier maakt, heeft het bedrijf een marktaandeel van 85%. Het overgrote deel van de chips dat wereldwijd in apparaten zit, wordt gemaakt met een machine uit Veldhoven.

Het bedrijf is dus van groot belang voor de ontwikkeling van robots, apparaten die bestaan bij de gratie van slimme software. Maar voordat Steinbuch hierop doorgaat staat hij eerst nog even stil bij de Nederlandse cultuur van ‘zeggen wat je denkt’. Een eigenschap waar buitenlanders meestal wel even aan moeten wennen. Maar onze informele omgangsvormen zijn volgens de professor een belangrijke factor voor innovatie. “Nederlanders hechten weinig waarde aan een standpunt ‘omdat de manager het zegt’, wij zijn meer gevoelig voor de mening van onze peers. We gaan in discussie met ze en dat geeft veel ruimte voor de ontwikkeling van nieuwe ideeën.”

Voedingsbodem voor innovatie
De Nederlandse cultuur is dus een goede voedingsbodem voor innovatie. Minder goed zijn we doorgaans in het pitchen ervan. Toch is het verhaal dat Steinbuch over robots houdt zeer de moeite waard. De zaal luistert aandachtig en stelt, hoe kan het ook anders, regelmatig vragen. Zoals bijvoorbeeld over de financiering van zijn projecten. Steinbuch is een moment stil en vertelt dan hoe hij regelmatig wordt benaderd door venture capitalists. Die gesprekken gaan over flinke bedragen maar ook over abrupte koerswijzigingen. Vaak wordt er al vrij snel een plan gepresenteerd voor de verkoop van het bedrijf. “Maar ik wil geen exit strategie”, vervolgt Steinbuch, “ik wil een nieuwe industrie bouwen in deze regio voor de lange termijn.”

De hoogleraar vertelt over medische robotica projecten waar hij de afgelopen jaren bij betrokken was. Innovaties die startten vanuit de TU/e en in nauwe samenwerking met artsen doorontwikkeld werden. Met de technologie van Preceyes vond in 2016 de eerste operatie ter wereld plaats waarbij met hulp van een robot in een oog werd geopereerd om het zicht van de patiënt te herstellen. Het jaar daarna was er een primeur voor het dichten van haarvaten van slechts 0,3 tot 0,8 mm in de arm van de patiënt met de chirurgische robot van Microsure. En dit jaar was er de RoBoSculpt, dat zwaar handwerk van de chirurg kan overnemen bij schedelbasis operaties.

Wereldkampioen voetbal
Grappig is het fragment dat Steinbuch nog laat zien van de RoboCup 2013. Eindhoven was toen host van het WK robotvoetbal. In het filmpje zie je een zaal vol juichende Holland supporters. Sommigen zijn zo enthousiast dat ze zelfs aanwijzingen schreeuwen naar de autonome machines. Ook robotvoetbal roept veel emoties op. En is een goed surrogaat gebleken voor onze WK-loze zomer: het Eindhovense robotteam werd dit jaar (wel) wereldkampioen. “We’re better with robots than with humans”, grapt de professor.