Terug naar Eindhovenaren

Street art in Eindhoven: latex, stickers en sell-outs

In een tijd dat Eindhoven qua economie en imago niet veel verder meer kon zakken, was er één subcultuur in de stad die wereldwijd faam verwierf. Eind jaren 80 ontstond in de stad een graffiti scene die vernieuwend en rauw was. Die wat stijl betreft een standaard zette en sommige levenslopen voor altijd heeft veranderd. Een cultuur die zichzelf graag laat zien, maar niet per se gezien wil worden.

Deel 1: Op tienertour door Nederland

Vincent Huibers, bruin petje, zwarte hoodie, stapt café Usine binnen voor dit gesprek. Hij heeft net zijn Franse stagiaire afgezet in de Berenkuil: ‘Kan die ondertussen graffiti spuiten.’ Vincent woont samen met vrouw en kinderen, en heeft onder zijn eigen naam een graffiti agency in Venlo. In opdracht maakt hij schilderingen op muren, doeken en campers. Ook spuit hij nog altijd gewoon voor de lol. ’s Nachts of ergens in het weekend. Als de tijd het toelaat. Graffiti vult een groot deel van zijn leven. Maar dat hij ooit nog een spuitbus zou aanraken, leek een aantal jaren geleden ondenkbaar.

Metro’s van New York

‘Graffiti is eigenlijk het schrijven van je naam’, zegt Vincent. ‘Jezelf laten zien. Als ik het een beetje analyseer om me heen is dat voor veel mensen ook de reden dat ze ermee begonnen. Je naam op een muur zetten, het is de ultieme manier om te zeggen: hier ben ik, ik besta.’

In Nederland brak graffiti echt door in de jaren 80. Daarvoor bestond het al wel in de punk scene. Het schrijven van je naam in gotische letters bijvoorbeeld, zoals de bekende Dr. Rat uit Amsterdam deed. Pas toen de VARA in 1985 de film Style Wars uitzond, over de hiphop cultuur in New York, kwam de typische Amerikaanse stijl deze kant op.

Bijbels van de graffiti

Er waren ook boeken die grote invloed hadden, zoals Subway Art en Spraycan Art. Ze werden gezien als de bijbels van de graffiti en massaal gepikt uit de bieb. Kwamen de boeken wél terug, dan vol met tags van weer een beginnende graffitischrijver.

Best bijzonder: toen Spraycan Art in 1987 verscheen, werd een heel hoofdstuk gewijd aan Eindhoven. In het boek staan verschillende pieces, bijvoorbeeld van FREAKY (later: PHET), gemaakt in de Berenkuil. Het plaatste Eindhoven in een klap op de kaart als graffitistad.

Brieven schrijven

Het is 1989 als Vincent als zeventienjarige (lang haar, ‘echt een gruwelijke voetbalmat’, camouflage bomberjack en sneakers van het merk Troop) begint met graffiti spuiten. Om nieuwe namen te ontdekken, gaat hij in de zomer met vrienden op tienertoer door Nederland. ‘Zagen we vanuit de trein een mooie piece, dan stapten we het volgende station uit en liepen we een paar kilometer terug langs het spoor.’ Met andere graffitispuiters schrijft hij in die tijd brieven, onderling wisselen ze tips en foto’s uit. In een adressenboekje houdt hij alle telefoonnummers en adressen bij.

‘Je was blij met elk stukje informatie dat je kon vinden. Van wat er in de andere steden gebeurde, hadden we vaak geen idee. De ontdekkingstocht was totaal anders dan nu. Als ik nu naar Amsterdam ga om daar graffiti te kijken, heb ik eigenlijk het meeste al op Instagram voorbij zien komen.’

Politie

Graffiti draait in het begin vooral om het schrijven van letters. Later komen er poppetjes bij en andere vormen en figuren. Vincent is vanaf het begin gefascineerd door typografie. Zijn aanvankelijke artiestennaam CAZ kiest hij simpelweg omdat hij de letters mooi vind. ‘Totdat bleek dat er in Eindhoven al een grote graffitischrijver met die naam rondliep. Toen heb ik besloten mijn naam te veranderen in CHAS.’ Hij spuit de letters eindeloos op muren in de stad. Later voegt hij er ‘LoveLetters’ aan toe, de naam van zijn crew. Over die crews later meer.

Voor Vincent komt er in 1992 abrupt een einde aan zijn graffitileven. Op een dag, hij is een jaar of 19, wordt hij van zijn bed gelicht door de politie. Zijn naam is verlinkt, de boete is hoog. Na flinke bemiddeling van zijn advocaat loopt het uiteindelijk met een sisser af. In plaats van een rekening van tienduizenden guldens, moet hij vijf weken werken voor de Nederlandse Spoorwegen.

Vincent Huibers
Van wat er in de andere steden gebeurde, hadden we vaak geen idee

Hij kapt er daarna mee. ‘Ik was er goed mee weggekomen, maar realiseerde me ook dat ik dit niet nog een keer kon doen.’ Vincent gaat studeren, koopt een huis en sticht een gezin. Living the normal life. Totdat internet steeds groter wordt en hij online foto’s van graffiti-artiesten voorbij ziet komen. Een aantal kent hij nog van de tijd dat hij zelf actief was. Niet lang daarna rijdt Vincent naar de winkels en schaft een paar spuitbussen aan. Na jaren zet hij zijn naam weer op een muur. ‘Dat voelde bijzonder goed.’

Vincent vindt niet alleen een oude passie terug, hij besluit er ook zijn geld mee te verdienen. Inmiddels runt hij een succesvolle agency. ‘Ik ben een sell-out’, zegt hij met een knipoog, verwijzend naar de spanning die er altijd is rond commercieel graffitiwerk. Al is ook de liefde voor het schrijven gebleven.’ In zijn vrije tijd gaat hij nog wel eens de straat op. Alleen, of samen met zijn vrienden.

Crews

Veel graffitischrijvers verenigen zich in een crew. Een groepje gelijkgestemden waarbij je qua stijl aansluiting vindt. De leden trekken er samen op uit en helpen elkaar tijdens het zetten van pieces. Als crew laat je jezelf zien door je naam veel te gebruiken. Hoe zichtbaarder je bent, hoe hoger je street cred. De dynamiek tussen de verschillende crews is nu vrij relaxed, maar eind jaren 80, begin jaren 90 kon het er harder aan toe gaan. Crews waren toen ook vaker verbonden aan de harde kernen van voetbalclubs.

’Toen ik begon was TSC, The Shoarma Crew, een bekende. Later kreeg je de Sol Crew, die heel innovatief bezig was. In mijn ogen is dat de belangrijkste crew van Eindhoven geweest. Nu is er weer een nieuwe generatie gaande. Huske bijvoorbeeld, of de DSR crew. Als je er op gaat letten, zie je die namen door de hele stad.’

Tips van Vincent

De Berenkuil

‘De grootste legale graffitiplek van Nederland. Een openluchtmuseum met een steeds wisselende collectie.’

The Sound of Strijp-S

‘Muur van 8 meter hoog en 140 meter lang, gelegen achter het Klokgebouw. Op de wand zie je zeven artiesten die in het Klokgebouw hebben opgetreden (Motörhead, Fresku, Faithless, M.I.A., Die Antwoord, Kovacs en Peter Pan Speedrock).’

Langs het spoor

‘Neem de trein uit noordelijke richting naar Station Eindhoven. Langs het spoor zie je een wall of fame van Eindhovense graffitischrijvers.’  


Deel 2: Latexverf en stickers

Met wie je in Eindhoven ook praat over graffiti, de namen van de leden van de Sol Crew vallen in vrijwel ieder gesprek. Met andere middelen (weg spuitbus) en nieuwe vormen rekten zij in de jaren 90 het begrip graffiti behoorlijk op. Hun werk is nog steeds tot ver over de grenzen bekend.

Als Jeroen Heeman uit de hoge ramen van zijn atelier kijkt, ziet hij precies de bekende klok van het Klokgebouw. Zijn werkruimte ligt ergens achter Strijp-S, een rustige plek in een oud schoolgebouw. Verbonden met de stad, maar toch ook niet.

Jeroen was samen met Zime en Sekty een van de oprichters van de Sol Crew. Iedereen kent hem in die periode als Erosie. Een interview over graffiti? Hij twijfelt. Hij is er niet meer zo mee bezig, mailt hij terug. Zijn werk als beeldend kunstenaar brengt hem inmiddels over de hele wereld, de echte straatkunst ligt een beetje achter hem. Maar tijdens het gesprek, dat er toch komt, wordt een ding duidelijk. Je kunt de kunstenaar wel uit de graffiti halen, maar de graffiti niet uit de kunstenaar. Of zoiets.

Verfkampioen

De Sol Crew is bekend om zijn strakke lijnen, grafische elementen en harde kleuren, nogal een trendbreuk met de tags en pieces die uit New York waren overgewaaid. Het experiment begint als de Sol Crew-leden hun outlines met latex-verf gaan maken. De krachtige strepen die je met een verfroller kunt zetten, geven gelijk een totaal ander effect dan met een spuitbus. En het was goedkoop bovendien. ‘Voor een tientje haalden we een paar emmers bij de Verfkampioen.’

De Sol Crew wordt opgericht in een tijd dat er meer substromingen actief zijn in Eindhoven. Naast graffiti heb je hiphop, drum ’n bass en kunstenaarscollectieven als Betamaxxx en Space 3. Door de schaal van Eindhoven vindt er veel kruisbestuiving plaats. Jeroen: ‘Eindhoven is een groot dorp en al die scenes waren te klein om echt een aparte zuil te vormen. We zochten elkaar op en gingen samen experimenteren.’

En, hij noemt het een paar keer, in Eindhoven draaide het veel meer om personen dan in andere steden. Hij merkt dat ook als hij later naar Rotterdam vertrekt om te studeren. ‘Er zat iets gemoedelijks in de omgang, er was weinig opsmuk. Het ging niet om je functie. Niet om wie je was of wie je kende. Het ging om wat je deed.’

Jeroen Erosie
Ik heb mezelf altijd proberen te emanciperen van de rigide graffiti regels

Stickers en posters

Naast het graffiti schrijven, experimenten de Sol Crew-leden volop met posters en stickers. Het is de tijd dat computers opkomen en je voor het eerst thuis een printer hebt. Die ontwikkeling past bij hun stijl. ’De grafische kracht van een symbool is heel anders dan een tag. Dat heeft meteen iets illegaals, bij ons zat er een soort speelsheid in. Beeldend kun je ook veel meer met een print. Je kunt er een tekst opzetten of ingewikkelde tekeningen. Het verandert het medium - de stad, de openbare ruimte - om een boodschap te brengen volledig.’

Het werpt ook de vraag op of dit nog wel graffiti op. Jeroen lacht: ‘Er werd soms heel fel gereageerd op wat we deden. ‘Latex is voor homo’s’, stond er dan opeens onder. Of er werd gewoon overheen gegaan. Ik heb mezelf altijd proberen te emanciperen van de rigide graffitiregels. Ze waren voor mij een middel, geen doel op zich.’

Jeroen pakt zijn black book erbij, onmisbaar voor elke graffitischrijver. ’Eigenlijk werk ik nog steeds volgens dezelfde principes. Met directe vormen en harde lijnen. Ik probeer niet te schetsen. Het gaat om intuïtie en dat je die steeds verder pusht. Dat moet snel, zonder na te denken, alsof je jezelf verrast.’

Tips van Jeroen

De oude Dommeltunneltjes

‘Hier werden ooit de (illegale) Samplism feesten gehouden, vlakbij de Berenkuil. Typische vergeten plekken waar decennia lang graffiti is gespoten.’

Tunneltje langs het riviertje de Tongelreep onder de A2

‘Ook zo'n vergeten plek die alleen door graffitischrijvers lijkt te worden bezocht, net als langs de Dommel onder knooppunt de Hogt.’

Wandschildering van Johan Moorman aan de Aalsterweg

‘Een geslaagd voorbeeld van hedendaagse graffiti.’


Deel 3: Straat interventies

Driebergen is niet echt de place to be als het om graffiti gaat. Bouke Bruins keek er naar uit om voor zijn studie naar Eindhoven te verhuizen. Online kende hij het werk van de Sol Crew en Eindhovense artiesten als Erosie en Late. Het was tof die pieces nu in het echt te ontdekken, lopend door zijn nieuwe stad. Maar verder.. Anno 2008, het jaar dat Bouke Eindhovenaar werd, was de lokale graffiticultuur op sterven na dood.

Het is in die periode dat Step in the Arena wordt opgezet. Inmiddels een van de grootste graffitifestivals in de wereld. De graffiticultuur moet uit het slop worden getrokken, is het idee, en verdient een groot podium in de stad. Jaarlijks trekt het festival nu duizenden bezoekers. Internationale artiesten, maar ook locals en leken. Iedereen is welkom. Overdag zijn er workshops en is er eten en drinken. Grote namen kun je live in actie zien.

Graffiti is allang niet meer alleen een illegaal verhaal in Eindhoven. De Berenkuil is zelfs Europa’s grootste legale graffiti spot. Ook zijn er vanuit de gemeente verschillende projecten waarbij graffiti-artiesten worden ingezet om de stad te verfraaien. Tunnelvisie is een van die projecten. Maar ook grote muren worden in opdracht ‘opgeplust’. Sommige artiesten begeven zich in beide werelden, anderen blijven altijd onafhankelijk en anoniem.

Hometrainer

Op de Design Academy Eindhoven ontmoet Bouke medestudent Pim Bens, die in die tijd met hoogwerkers muurschilderingen maakt. Samen vinden ze elkaar in het gegeven: de openbare ruimte als speelveld. Net als bij graffiti willen ze iets teweeg brengen in de stad, een reactie uitlokken. Van 2D (pieces en schilderingen) verschuiven ze hun aandacht naar 3D: het plaatsen van objecten in de straat.  

Pim Bens
Als je op een ludieke manier iets in de openbare ruimte plaatst, dan raak je op een andere manier in gesprek met mensen

Ze noemen het straatinterventies. De eerste was tijdens hun studie, toen Bouke van een oude hometrainer af moest. ‘We besloten het ding op Strijp-S in de grond te plaatsen, pal naast een bushokje. Kijken wat er zou gebeuren.’ Anders dan met graffiti gaan ze nu niet heimelijk te werk. ‘We trokken hesjes aan, zette het gebied netjes af met een lint en haalde ondertussen wat tegels uit de straat. De buschauffeurs die passeerden zwaaiden vrolijk naar ons. Daarna hebben we de hometrainer er ingezet, beton gestort en klaar.’ De fiets heeft tweeënhalve maand op Strijp-S gestaan. 

Graffiti-instinct

‘We waren heel benieuwd wat voor reacties de fiets zou uitlokken. Regelmatig hebben we de boel van een afstandje staan observeren, soms maakten we een praatje met de omstanders. Viel de fiets hun op? We zagen mensen die even een stukje gingen trappen, terwijl ze wachtten op de bus, of die voor de grap het zadel met het stuur gingen verwisselen. Maar de fiets was ook doelwit van vernielingen. Het mooie daarvan was weer dat anderen zich ermee gingen bemoeien. Een voorbijganger die een groepje scholieren aansprak op hun gedrag. Mensen beschouwden de hometrainer echt als onderdeel van die straat.’

Bij de straat interventies komt eenzelfde soort instinct naar boven als bij graffiti spuiten. ‘Je denkt het van te voren uit, maar op het moment zelf moet je supersnel schakelen’, zegt Bouke. ‘Als iets niet werkt, moet je de boel omgooien totdat het wel resultaat oplevert.’ De onverwachte objecten zien de twee als een dialoog-starter. ‘Als je op een ludieke manier iets in de openbare ruimte plaatst, dan raak je op een andere manier in gesprek met mensen’, zegt Pim. 'Het is een toffe en toegankelijke manier om te onderzoeken wat er allemaal speelt in een wijk of gebied.’

Tips van Pim en Bouke

De poort naar Strijp-S

‘De muur die van PSV naar Strijp-S loopt. Op het eerste oog lelijk, druk en onprofessioneel, maar voor nu nog een van de laatste geconserveerde muren waar graffiti is zoals het hoort te zijn: tags, throwups, krabbels en leuzen op een drukke plek in het kloppend hart van de stad. Een plek waar veel verhalen te ontcijferen zijn. Een plek die nog niet verwoest is door commercieel beluste graffiti sell-outs.’ (Update: inmiddels is op deze plek een 220 meter lange muurschildering te zien gemaak door 30 internationale artiesten)

De snelweg/ring van Eindhoven

‘Ooit het doelwit van goede acties tijdens de aanbouw, na de aanbouw een facilitator voor veel nieuwe verborgen plekken als knooppunt de Hogt of het Beatrixkanaal. Met de glazen wanden als geluidschermen biedt het al vele jaren een prachtig canvas voor gerenommeerd en startend graffiti talent.’

Tot slot

Graffiti is allang niet meer de blauwdruk die je vindt in boeken als Spraycan Art en Subway Art. Sinds de jaren 80 zijn er steeds nieuwe vormen en stijlen ontstaan en is graffiti onderdeel gaan worden van het bredere begrip street art. Wie door Eindhoven loopt, zal al die verschillende experimenten aantreffen. Interventies die spelen met de vraag: van wie is de openbare ruimte? Voor wie de stad als platform ziet, zijn de mogelijkheden eindeloos. Of zoals Erosie het zegt: ’Graffiti is dood, lang leve graffiti.’

Step in the Arena vindt elk jaar in juni plaats in de Berenkuil

Meer graffiti ontdekken in Eindhoven: Street Art Cities App / Eindhoven

Leestip: Sorry For Damage Done

Kijktip: Eindje Graff & Streetart